| HANDVEST VAN DE GRONDRECHTEN VAN DE EUROPESE UNIE
HOOFDSTUK I - WAARDIGHEID
HOOFDSTUK II - VRIJHEDEN
HOOFDSTUK III - GELIJKHEID
HOOFDSTUK IV - SOLIDARITEIT
HOOFDSTUK V - BURGERSCHAP
HOOFDSTUK VI - RECHTSPLEGING
HOOFDSTUK VII - ALGEMENE BEPALINGEN
PREAMBULE
De volkeren van Europa hebben door onderling een steeds hechter
verbond tot stand te brengen besloten een op gemeenschappelijke
waarden gegrondveste vreedzame toekomst te delen.
Zich bewust van haar geestelijke en morele erfgoed vestigt de Unie
haar grondslag op de ondeelbare en universele waarden van menselijke
waardigheid en van vrijheid, gelijkheid en solidariteit; zij berust
op het beginsel van de democratie en het beginsel van de rechtsstaat.
Zij stelt de mens centraal in haar optreden door het burgerschap
van de Unie in te stellen en een ruimte van vrijheid, veiligheid
en rechtvaardigheid tot stand te brengen.
De Unie draagt bij aan de instandhouding en de ontwikkeling van
deze gemeenschappelijke waarden, met inachtneming van de verscheidenheid
van de culturen en tradities van de volkeren van Europa, alsmede
van de nationale identiteit van de lidstaten en van hun staatsinrichting
op nationaal, regionaal en lokaal niveau; zij tracht een evenwichtige
en duurzame ontwikkeling te bevorderen en verzekert het vrije verkeer
van personen, goederen, diensten en kapitaal, alsmede de vrijheid
van vestiging. Daartoe is het noodzakelijk de bescherming van de
grondrechten in het licht van de ontwikkelingen in de maatschappij,
de sociale vooruitgang en de wetenschappelijke en technologische
ontwikke-lingen te versterken door die rechten zichtbaarder te maken
in een handvest. Onder eerbiediging van de bevoegdheden en taken
van de Gemeenschap en de Unie en van het subsidiariteitsbeginsel,
bevestigt dit handvest de rechten die met name voortvloeien uit
de gemeen-schappelijke constitutionele tradities en internationale
verplichtingen van de lidstaten, uit het Verdrag betreffende de
Europese Unie en de communautaire verdragen, uit het Europees Verdrag
tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,
uit de door de Gemeenschap en de Raad van Europa aangenomen sociale
handvesten, alsook uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie
van de Europese Gemeenschappen en van het Europees Hof voor de Rechten
van de Mens.
Het genot van deze rechten behelst verantwoordelijkheden en plichten
jegens de medemens, alsmede jegens de mensengemeenschap en de toekomstige
generaties.
Derhalve erkent de Unie de hieronder vermelde rechten, vrijheden
en beginselen.
|